Een badhuis van de Romeinen was een gebouw waar mensen zich konden wassen, ontspannen en anderen ontmoeten. Bezoekers gingen vaak langs verschillende ruimtes met koude, lauwe en warme baden. Een Romeins badhuis wordt ook wel een thermencomplex genoemd.

In badhuizen draaide het niet alleen om schoon worden. Je kon er ook sporten, uitrusten en gesprekken voeren. De gebouwen liepen uiteen van eenvoudige badhuizen tot grote complexen met versierde muren, verwarmde vloeren en ruime badzalen.

Waarom gingen Romeinen naar een badhuis?

Veel Romeinen gingen naar het badhuis om hun lichaam te verzorgen. Niet iedereen had thuis een geschikte plek om uitgebreid te baden. Een openbaar badhuis bood daarvoor de ruimte en het warme water.

Een bezoek was ook een sociale bezigheid. Mensen spraken er af met bekenden, maakten een praatje of ontspanden na het werk. Sommige badhuizen hadden een binnenplaats waar bezoekers konden bewegen voordat ze gingen baden.

Openbare badhuizen waren voor veel inwoners toegankelijk. Vaak betaalden bezoekers een kleine toegangsprijs, al verschilde dat per badhuis. Ook vrouwen en kinderen bezochten badhuizen. Mannen en vrouwen konden aparte ruimtes gebruiken of op verschillende tijden komen. Dat was niet overal op dezelfde manier geregeld.

De ruimtes in een badhuis van de Romeinen

Een Romeins badhuis had meestal meerdere ruimtes met verschillende temperaturen. De namen hieronder kom je vaak tegen bij de resten van een badhuis:

  • Apodyterium: de kleedruimte, waar bezoekers hun kleding uittrokken.
  • Tepidarium: een lauwwarme ruimte waar je kon wennen aan de warmte of kon uitrusten.
  • Caldarium: een hete ruimte, vaak met een warm bad.
  • Frigidarium: een koelere ruimte met een koud bad om af te koelen.

Grote badhuizen konden daarnaast een zweetruimte, een zwembad of een plek om te sporten hebben. Niet elk badhuis had dezelfde indeling. Sommige gebouwen waren eenvoudig, terwijl andere uit veel zalen en binnenplaatsen bestonden.

Zo verliep een bezoek aan het Romeinse badhuis

Een bezoeker trok eerst de kleding uit in de kleedruimte. Daarna kon die bijvoorbeeld bewegen op de binnenplaats en naar een warme ruimte gaan. Door de warmte en het zweten werd vuil op de huid losser.

Voor het schoonmaken gebruikten Romeinen vaak olie. Die werd samen met zweet en vuil van de huid geschraapt met een gebogen metalen schraper, een strigilis. Daarna konden bezoekers zich afspoelen of een bad nemen.

Veel bezoekers wisselden warme en koude ruimtes af. Een koud bad kon helpen om na de warmte af te koelen. Er was geen vaste route die in ieder badhuis werd gevolgd: de volgorde hing af van het gebouw en van wat iemand prettig vond.

Hoe werd een Romeins badhuis verwarmd?

Warme baden vroegen om een slimme manier van verwarmen. Daarvoor gebruikten de Romeinen onder meer een hypocaustum, een systeem waarbij warme lucht onder de vloer door stroomde.

De vloer rustte op kleine pijlers van baksteen. Een vuur verwarmde de lucht in de ruimte onder de vloer. De warmte kon ook via kanalen in de muren omhooggaan. Zo werden de vloer en de badruimtes warm. Het badwater werd apart verwarmd en naar de baden geleid.

Dit systeem kostte veel brandstof en werk. Vuur moest worden gestookt en baden moesten worden schoongemaakt en onderhouden. Een badhuis had ook aanvoer van water en afvoerkanalen nodig. Bij opgravingen zijn juist zulke kanalen, funderingen en resten van verwarmingsvloeren vaak terug te vinden.

Romeinse badhuizen konden rijk versierd zijn

Een groot badhuis was niet alleen praktisch ingericht. Sommige gebouwen hadden marmeren wandbekleding, zuilen, beschilderde muren of mozaïekvloeren. Bezoekers kwamen daardoor in zalen die veel rijker versierd waren dan een eenvoudige wasruimte thuis.

Hoe een badhuis eruitzag, verschilde per plaats. In het Spaanse Ilici vonden archeologen bijvoorbeeld resten van mozaïekvloeren en een groot zwembad. Bij andere badhuizen zijn juist vooral de vloerverwarming en de funderingen bewaard gebleven.

Het opgegraven Romeinse badhuis in Nijmegen

In het Nijmeegse Waalfront zijn grote delen van een Romeins badhuis blootgelegd. Het stond in Ulpia Noviomagus, de Romeinse stad op de plek van het huidige Nijmegen. Met een oppervlakte van minstens 4.900 vierkante meter is het het grootste Romeinse badhuiscomplex dat in Nederland is gevonden.

Archeologen vonden er onder meer resten van een warm, een lauw en een koud bad. Ook ontdekten ze delen van de vloerverwarming en waterafvoerkanalen. Marmeren wandbekleding, kalkstenen vloertegels en beschilderd pleisterwerk laten zien dat het gebouw rijk was ingericht.

Een deel van het badhuis was al in 1992 ontdekt bij werkzaamheden rond de Honigfabriek. Latere opgravingen maakten duidelijk hoe groot het complex was. Onderzoekers denken dat het gebouw mogelijk is uitgebreid, maar weten niet of alle gevonden delen tegelijk in gebruik waren.

Veelgestelde vragen over Romeinse badhuizen

Hoe heette een badhuis in de Romeinse tijd?
Een groot Romeins badhuis wordt vaak thermen genoemd. Voor badhuizen wordt ook het Latijnse woord balneum gebruikt.

Gingen Romeinen elke dag naar het badhuis?
Een bezoek aan het badhuis kon een vaste gewoonte zijn, maar dat gold niet voor iedereen. Hoe vaak iemand ging, hing onder meer af van de mogelijkheden en de afstand tot een badhuis.

Waar kun je resten van een Romeins badhuis zien?
In Heerlen zijn resten van een Romeins badhuis bewaard gebleven bij het Romeins Museum. Kijk voor een bezoek op de website van het museum voor de actuele opening en toegankelijkheid.

Bij de resten van een badhuis kun je vaak nog herkennen waar de warme en koude ruimtes lagen. Vooral de bakstenen pijlers onder een vloer laten zien hoe de Romeinen hun badzalen verwarmden.

0 Shares:
You May Also Like