Een aderlating in de middeleeuwen was een behandeling waarbij bloed uit het lichaam werd gehaald. Genezers dachten dat ze zo het evenwicht tussen de lichaamssappen konden herstellen en klachten konden verlichten. De behandeling kon de patiënt juist verzwakken en soms ernstig ziek maken.

Waarom werd aderlating in de middeleeuwen toegepast?

Veel middeleeuwse artsen verklaarden ziekte met de leer van de vier lichaamssappen: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Volgens die leer was iemand gezond als de sappen met elkaar in evenwicht waren. Bij een teveel aan bloed kon een genezer besluiten om bloed af te tappen.

Aderlaten werd bij uiteenlopende klachten gebruikt, zoals koorts, hoofdpijn, ontstekingen en een snelle polsslag. Het werd soms ook ingezet om ziekte te voorkomen. De behandeling was niet specifiek gericht op één ziekte, maar op wat de behandelaar als een verstoord evenwicht zag.

Niet iedere patiënt kreeg dezelfde behandeling. Een genezer kon rekening houden met de klachten en de toestand van de patiënt. Ook het seizoen en de stand van de maan of sterren konden volgens sommige genezers van belang zijn.

Hoe verliep een aderlating?

Bij een aderlating maakte de behandelaar met een scherp instrument een kleine opening in een ader, vaak in de arm. Het bloed werd opgevangen in een kom of ander vat. Daarna werd de wond afgedekt. Hoeveel bloed werd afgenomen en hoe lang de behandeling duurde, hing af van de patiënt en de werkwijze van de behandelaar.

De plaats van de opening was niet altijd willekeurig. In medische afbeeldingen en teksten werden verschillende aders gekoppeld aan lichaamsdelen en klachten. Een behandelaar kon daarom een bepaalde plek kiezen in de hoop juist daar effect te bereiken.

Ook bloedzuigers werden gebruikt om bloed weg te nemen. Die beten zich vast aan de huid en zogen bloed op. Dat was een andere manier van bloed afnemen dan het openen van een ader.

Wie voerde de behandeling uit?

Aderlaten kon worden uitgevoerd door een chirurgijn of een barbier. Een chirurgijn hield zich bezig met praktische ingrepen, zoals het behandelen van wonden. Een barbier knipte en schoor haar, maar kon ook eenvoudige medische handelingen verrichten.

Een geleerd arts kon een behandeling adviseren, terwijl iemand anders de ingreep uitvoerde. De praktijk verschilde per plaats en periode. Niet iedereen had toegang tot dezelfde soorten zorgverleners.

Was aderlaten gevaarlijk?

Ja. Door bloedverlies kon iemand duizelig of zwak worden, flauwvallen of bloedarmoede krijgen. Bij veel bloedverlies kon de behandeling zelfs dodelijk zijn. Ook kon de wond ontstoken raken.

Toch bleef aderlaten lang in gebruik. Een patiënt kon na de ingreep vanzelf herstellen, waarna de verbetering aan de behandeling werd toegeschreven. Soms konden klachten ook tijdelijk afnemen zonder dat de oorzaak van de ziekte was weggenomen.

Tegenwoordig wordt bloed afnemen nog bij enkele specifieke aandoeningen als behandeling gebruikt, maar niet om de vier lichaamssappen in evenwicht te brengen. Dat is een belangrijk verschil met de gedachte achter aderlating in de middeleeuwen.

0 Shares:
You May Also Like