De geschiedenis van de Romeinen begint bij de stad Rome in Italië en loopt van een koninkrijk via een republiek naar een groot keizerrijk. Rome groeide door oorlogen en bondgenootschappen uit tot de machthebber rond de Middellandse Zee. Het West-Romeinse Rijk eindigde in 476 na Christus, maar het Oost-Romeinse Rijk bleef daarna nog eeuwen bestaan.

De geschiedenis van de Romeinen in vogelvlucht

Om de ontwikkeling van Rome te begrijpen, helpt het om drie bestuursvormen uit elkaar te houden:

  • Het koninkrijk: volgens de Romeinse overlevering werd Rome bestuurd door koningen.
  • De republiek: na de koningstijd kwam de macht in handen van gekozen bestuurders en de senaat.
  • Het keizerrijk: na een periode van burgeroorlogen kreeg één leider de belangrijkste macht. Augustus geldt als de eerste Romeinse keizer.

De overgangen waren niet overal even scherp. Vooral de verhalen over het vroegste Rome mengen geschiedenis met legendes.

Het ontstaan van Rome en de koningstijd

Rome ontstond in Latium, een streek in het midden van Italië. Volgens een Romeinse legende stichtte Romulus de stad in 753 voor Christus. Hij en zijn tweelingbroer Remus zouden als baby door een wolvin zijn gevoed. Dat verhaal hoorde bij de manier waarop de Romeinen later hun afkomst verklaarden. Het is geen bewezen verslag van de stichting.

Volgens de overlevering kreeg Rome na Romulus andere koningen. De laatste koning, Tarquinius Superbus, werd in 509 voor Christus verdreven. Daarna kozen de Romeinen voor een andere bestuursvorm: de republiek.

De vroege stad stond niet op zichzelf. Ze had contact met andere volken in Italië en nam gewoonten van hen over. Zo hadden de Etrusken, die ten noorden van Rome woonden, invloed op het vroege Rome.

De republiek groeit uit tot een groot rijk

In de Romeinse Republiek was er geen koning meer. Twee gekozen consuls leidden het bestuur en het leger. De senaat, een raad van invloedrijke Romeinen, had veel zeggenschap. Ook waren er volksvergaderingen waarin burgers over bepaalde besluiten stemden. Niet alle inwoners hadden dezelfde politieke rechten.

Rome breidde zijn macht eerst uit in Italië. Dat gebeurde deels door oorlog en deels door bondgenootschappen. Overwonnen gemeenschappen kregen niet allemaal dezelfde behandeling: sommige inwoners kregen Romeinse burgerrechten, terwijl anderen bondgenoten van Rome werden.

Daarna kwam Rome in conflict met Carthago, een machtige stad in Noord-Afrika. Tijdens de oorlogen tegen Carthago trok de veldheer Hannibal met zijn leger over de Alpen naar Italië. Uiteindelijk won Rome. De republiek kreeg ook steeds meer gebieden buiten Italië in handen, waaronder delen van het Iberisch Schiereiland en gebieden rond de oostelijke Middellandse Zee.

Nieuwe veroveringen brachten rijkdom, maar ook spanningen. Bevelhebbers kregen veel invloed door hun legers en overwinningen. Tegelijk waren er conflicten over bestuur, grond en de verdeling van macht. De instellingen van de republiek kregen steeds meer moeite om die tegenstellingen op te vangen.

Van Julius Caesar naar keizer Augustus

Julius Caesar was een van de veldheren die tijdens de laatste periode van de republiek veel macht opbouwden. Hij leidde de verovering van Gallië en raakte daarna betrokken bij een burgeroorlog. Caesar won en werd de machtigste man van Rome. Zijn tegenstanders vreesden dat hij zich als een koning zou gedragen. Hij werd door een groep senatoren vermoord.

Met zijn dood keerde de rust niet terug. Er volgden opnieuw burgeroorlogen. Caesars erfgenaam Octavianus kwam daar als winnaar uit. In 27 voor Christus kreeg hij de naam Augustus. Hij geldt als de eerste Romeinse keizer.

Onder Augustus bleven oude instellingen zoals de senaat bestaan, maar de belangrijkste macht lag bij hem. Hij had grote invloed op het leger en het bestuur. Daarmee was Rome in de praktijk geen republiek meer, ook al bleven sommige republikeinse vormen zichtbaar.

Het Romeinse Keizerrijk en zijn bestuur

Het keizerrijk besloeg uiteindelijk grote gebieden rond de Middellandse Zee. Rome bestuurde die gebieden als provincies. Bestuurders zorgden onder meer voor belastinginning en rechtspraak. Het leger bewaakte grenzen en hielp het gezag van de keizer te handhaven.

Keizers volgden elkaar niet altijd rustig op. Soms ging de macht binnen een familie over, maar het leger kon ook een grote rol spelen bij de keuze voor een nieuwe heerser. Als meerdere leiders aanspraak maakten op de macht, kon dat tot oorlog binnen het rijk leiden.

De geschiedenis van het keizerrijk was daarom geen aaneengesloten periode van rust en groei. Naast tijden van betrekkelijke stabiliteit waren er problemen aan de grenzen, strijd om de troon en geldzorgen. Niet iedere provincie kreeg op dezelfde manier of op hetzelfde moment met die problemen te maken.

Ook de positie van de keizer veranderde. Vroege keizers hielden nog vast aan het beeld dat de republikeinse instellingen een rol hadden. Later traden keizers duidelijker op als alleenheersers.

De splitsing en het einde van het West-Romeinse Rijk

Het bestuur van het grote rijk werd in de late keizertijd steeds vaker verdeeld tussen meerdere keizers. In 395 kwam het rijk blijvend onder afzonderlijke heersers in een westelijk en een oostelijk deel. Het oostelijke deel had Constantinopel als belangrijk bestuurscentrum.

Het West-Romeinse Rijk kreeg te maken met een combinatie van problemen. Er waren machtsstrijd, financiële moeilijkheden en druk van groepen die het rijk binnentrokken. Het westelijke bestuur verloor geleidelijk de controle over gebieden. Er is dus niet één gebeurtenis die op zichzelf de ondergang verklaart.

In 476 werd de West-Romeinse keizer Romulus Augustulus afgezet. Dat jaar geldt vaak als het einde van het West-Romeinse Rijk. Voor mensen die toen leefden, veranderde niet alles op één dag: Romeinse wetten, gebouwen en gebruiken verdwenen niet meteen.

Het Oost-Romeinse Rijk bleef bestaan, met Constantinopel als hoofdstad. Dat rijk wordt ook het Byzantijnse Rijk genoemd en eindigde pas toen Constantinopel in 1453 werd veroverd.

Veelgestelde vragen over de Romeinse geschiedenis

Wat was de Romeinse Republiek?
De republiek was de periode waarin Rome na de koningstijd werd bestuurd door onder meer gekozen bestuurders, de senaat en volksvergaderingen. Aan die bestuursvorm kwam een einde toen Augustus de belangrijkste macht naar zich toetrok.

Was Julius Caesar een keizer?
Nee. Caesar was een Romeinse veldheer en dictator, maar hij geldt niet als de eerste Romeinse keizer. Die plaats wordt meestal gegeven aan Augustus, zijn erfgenaam.

Hoe kwam het Romeinse Rijk aan zijn einde?
Het westelijke deel verloor geleidelijk macht door een combinatie van binnenlandse strijd, financiële problemen en druk van buitenaf. De afzetting van Romulus Augustulus in 476 geldt als het gebruikelijke eindpunt. Het oostelijke deel bestond daarna nog eeuwen.

Houd bij het lezen over de Romeinen dus het verschil tussen de stad Rome, de republiek en het latere keizerrijk in gedachten. Zo zie je hoe een stad in Italië uitgroeide tot een rijk met een lange en veranderlijke geschiedenis.

0 Shares:
You May Also Like