De prehistorie in Nederland begint met de oudste bekende sporen van mensen, ongeveer 250.000 tot 350.000 jaar geleden. Ze eindigt rond de komst van de Romeinen, enkele decennia voor het begin van de jaartelling. In die lange periode veranderde het gebied van een landschap waar jagers en verzamelaars leefden in een gebied met boerderijen, akkers en dorpen.

Wat we over deze tijd weten, komt vooral uit archeologische vondsten. Mensen lieten werktuigen, aardewerk, graven en sporen van huizen achter. Geschreven verhalen van de bewoners zelf zijn er niet.

De eerste mensen in het huidige Nederland

De oudste sporen zijn onder meer bewerkte stukken vuursteen. Daaruit kunnen archeologen afleiden dat mensen hier leefden en werktuigen maakten. Nederland bestond toen nog niet als land: het gaat om het gebied dat nu binnen de Nederlandse grenzen ligt.

Ook neanderthalers leefden in dit gebied. Zij trokken rond en gebruikten vuurstenen werktuigen. Een bijzondere vondst is Krijn, een stukje schedel van een neanderthaler dat uit de Noordzee is opgebaggerd. Die vondst laat zien dat sporen van vroegere bewoners niet alleen op het huidige land te vinden zijn.

Later kwamen ook moderne mensen naar het gebied. Jagers en verzamelaars leefden niet op één vaste plek. Ze trokken naar plaatsen waar voedsel en grondstoffen te vinden waren. Daar maakten ze tijdelijke kampementen, waarvan soms vuurstenen werktuigen en resten van haardplaatsen zijn teruggevonden.

Een landschap van ijs, rivieren en moeras

Het landschap zag er in de prehistorie heel anders uit dan nu. Tijdens koude perioden lag de zeespiegel lager. Een deel van de huidige Noordzee was toen droog land. Mensen en dieren konden zich daardoor verplaatsen in gebieden die nu onder water liggen.

Na de laatste ijstijd werd het warmer en steeg de zeespiegel. Bossen breidden zich uit en op veel plaatsen ontstonden meren, moerassen en veengebieden. Rivieren verlegden hun loop en vormden nieuwe stukken land.

Die veranderingen hadden invloed op het dagelijks leven. In waterrijke gebieden konden bewoners vissen en watervogels vangen. Op hogere, drogere plekken was ruimte voor een kamp of, later, een boerderij. Het landschap was niet overal gelijk: de bewoners van de kust leefden in andere omstandigheden dan mensen op de zandgronden in het oosten.

Hoe mensen aan voedsel kwamen

De eerste bewoners leefden van wat ze in de natuur konden vinden. Ze jaagden, visten en verzamelden eetbare planten en andere producten. Welke voedselbronnen ze gebruikten, hing af van de plek en het seizoen.

Uit een jachtkamp in Friesland van ongeveer 8.000 jaar geleden blijkt dat mensen ook in de waterrijke gebieden leefden. Vissen en watervogels waren daar waarschijnlijk belangrijke voedselbronnen. Archeologen leiden dat soort informatie onder meer af uit botten en andere resten die in de bodem bewaard zijn gebleven.

Bij de overgang naar landbouw verdween jagen en verzamelen niet meteen. Groepen konden landbouw combineren met voedsel uit de natuur. Ook ging die verandering niet overal in het huidige Nederland even snel.

De eerste boeren tijdens de prehistorie in Nederland

Rond 5.300 voor Christus kwamen de eerste landbouwers naar het huidige Zuid-Limburg. Zij verbouwden gewassen, hielden dieren en woonden in boerderijen. De vruchtbare grond in dit gebied was geschikt voor akkerbouw.

Op andere plekken bleven mensen langer afhankelijk van jacht, visserij en verzamelde planten. Bij Swifterbant, in het huidige Flevoland, zijn sporen gevonden van bewoners die voedsel uit de natuur gebruikten en daarnaast geleidelijk landbouw en veeteelt toepasten.

Een vaste woonplaats liet andere sporen achter dan een tijdelijk jachtkamp. Van houten boerderijen zijn bijvoorbeeld soms donkere verkleuringen in de bodem te zien, op de plekken waar palen hebben gestaan. Ook aardewerk kan iets vertellen over het bewaren en bereiden van voedsel.

Hunebedden en andere graven

De bekendste zichtbare bouwwerken uit de Nederlandse prehistorie zijn de hunebedden. Ze staan vooral in Drenthe en zijn gemaakt van grote zwerfkeien. Die stenen waren veel eerder door landijs naar het gebied gebracht.

De bouwers hoorden bij de trechterbekercultuur, een naam die archeologen gebruiken voor een groep met herkenbaar aardewerk en bepaalde gebruiken. De Nederlandse hunebedden dateren van ongeveer 3450 tot 3250 voor Christus. Ze werden gebruikt als grafkamers, waarin meerdere mensen konden worden bijgezet.

Archeologen vinden bij graven soms aardewerk, werktuigen of sieraden. Zulke voorwerpen geven aanwijzingen over gebruiken en over de spullen die mensen maakten. Niet elke grafheuvel of elk graf uit de prehistorie is een hunebed: ook op andere manieren werden doden begraven.

Brons en ijzer in het dagelijks leven

Rond 2.000 voor Christus begon in het huidige Nederland de bronstijd. Mensen gebruikten brons voor onder meer sieraden, werktuigen en wapens. Brons is een mengsel van metalen. De grondstoffen daarvoor moesten van elders komen, waardoor voorwerpen en materialen over grotere afstanden werden uitgewisseld.

Stenen werktuigen verdwenen niet direct toen brons bekend werd. Steen bleef bruikbaar en was op sommige plaatsen makkelijker te verkrijgen. Archeologische vondsten laten daardoor zien dat oud en nieuw materiaal naast elkaar werden gebruikt.

Later, vanaf ongeveer 800 voor Christus, begon de ijzertijd. IJzer werd gebruikt voor werktuigen en wapens. Bewoners leefden in boerderijen en hielden zich bezig met landbouw en veeteelt. Hun huizen waren meestal van hout en andere vergankelijke materialen gemaakt. Die zijn vaak verdwenen, maar sporen in de grond kunnen nog laten zien waar een huis heeft gestaan.

Veelgestelde vragen over de Nederlandse prehistorie

Wanneer eindigde de prehistorie in Nederland?
De grens wordt meestal gelegd bij de komst van de Romeinen, enkele decennia voor het begin van de jaartelling. Vanaf die tijd zijn er geschreven teksten over delen van het gebied. Die overgang verliep niet overal op hetzelfde moment.

Waar kun je sporen van de prehistorie in Nederland zien?
Hunebedden zijn nog in het landschap te zien, vooral in Drenthe. Andere vondsten, zoals vuurstenen werktuigen en aardewerk, worden bewaard in musea. Veel sporen van huizen en kampementen zijn alleen zichtbaar tijdens een opgraving.

Waren alle bewoners van Nederland tegelijk boer?
Nee. De eerste landbouwers vestigden zich in Zuid-Limburg, terwijl mensen elders nog jaagden, visten en voedsel verzamelden. Ook daarna konden groepen verschillende manieren om aan voedsel te komen combineren.

Wie een hunebed bekijkt, ziet dus niet alleen een stapel grote stenen, maar een graf uit een tijd waarin al boeren op de Nederlandse zandgronden leefden.

0 Shares:
You May Also Like