De gemiddelde levensverwachting bij geboorte lag in de middeleeuwen in sommige perioden rond de 30 jaar. Voor Engeland in de 14e eeuw bestaat bijvoorbeeld een schatting van ongeveer 31 jaar. Dat betekent niet dat mensen meestal rond hun 30e stierven: veel kinderen overleden jong, waardoor het gemiddelde sterk daalde.

Er is geen gemiddelde dat voor de hele middeleeuwen en alle gebieden geldt. De uitkomst verschilde per plaats en periode.

Wat betekent de gemiddelde leeftijd in de middeleeuwen?

Als je leest dat de gemiddelde leeftijd ongeveer 30 jaar was, gaat het meestal om de levensverwachting bij geboorte. Dat is een gemiddelde waarin ook kinderen meetellen die kort na hun geboorte of op jonge leeftijd stierven.

Het getal beschrijft dus niet hoe oud een volwassene gemiddeld werd. Iemand die de kinderjaren had overleefd, had nog een levensverwachting die afweek van die bij de geboorte. Dat komt doordat de kans om als kind te overlijden voor die persoon niet meer meetelde.

Ook de gemiddelde leeftijd van alle levende mensen op een bepaald moment is iets anders. Die hangt onder meer af van hoeveel kinderen en ouderen er op dat moment in een bevolking zijn.

Waarom drukte kindersterfte het gemiddelde?

Een overlijden op zeer jonge leeftijd telt zwaar mee in een gemiddelde. Als veel kinderen jong sterven, kan het gemiddelde laag uitvallen, ook wanneer andere mensen veel ouder worden.

In de middeleeuwen liepen kinderen onder meer gevaar door infectieziekten. Er waren geen antibiotica en de medische mogelijkheden waren veel beperkter dan nu. Ook voeding en leefomstandigheden konden invloed hebben op de kans om de kinderjaren te overleven.

Volwassenen konden wel degelijk hun 50e of 60e verjaardag halen. Een gemiddelde van rond de 30 jaar is daarom geen leeftijdsgrens en vertelt je niet op welke leeftijd de meeste volwassenen stierven.

Waarom verschillen schattingen van elkaar?

De middeleeuwen beslaan een lange periode en veel verschillende gebieden. Ziekte, voedseltekorten en andere omstandigheden konden de sterfte tijdelijk verhogen. Daardoor hoeft een schatting voor een plaats of eeuw niet te gelden voor een andere.

Ook de manier van berekenen maakt verschil. Historici gebruiken bijvoorbeeld oude documenten en resten van begraafplaatsen om een beeld te krijgen. Zulke gegevens zijn niet altijd volledig of representatief voor de hele bevolking. Daarom blijft een uitkomst een schatting, geen exact cijfer voor iedereen.

Zie je een getal voor de gemiddelde leeftijd in de middeleeuwen? Kijk dan vooral of het gaat om de levensverwachting bij geboorte en op welk gebied en welke periode het getal slaat. Pas dan kun je het goed vergelijken.

0 Shares:
You May Also Like