Propaganda in de Tweede Wereldoorlog was communicatie waarmee strijdende partijen probeerden te beïnvloeden wat mensen dachten en deden. Via affiches, radio, kranten en films riepen ze op tot steun voor de oorlog, maakten ze de vijand verdacht en hielden ze het moreel hoog. In bezet Nederland gebruikten de Duitse bezetter en de NSB propaganda om steun te winnen, terwijl het verzet en de geallieerden hun eigen boodschappen verspreidden.

Propaganda kon bestaan uit een leugen, maar ook uit een deel van de waarheid. De maker koos welke feiten aandacht kregen en welke werden weggelaten. Zo kreeg het publiek een beeld te zien dat paste bij het doel van de afzender.

Wat was het doel van propaganda in de Tweede Wereldoorlog?

Een oorlog wordt niet alleen met wapens gevoerd. Regeringen en politieke bewegingen wilden ook invloed hebben op de mening en het gedrag van burgers en soldaten. Propaganda moest mensen bijvoorbeeld overtuigen om de strijd te steunen of een bepaalde groep te wantrouwen.

De boodschap verschilde per afzender en publiek. Een affiche voor burgers kon oproepen tot zuinigheid of deelname aan een collecte. Een pamflet voor soldaten van de tegenpartij kon juist bedoeld zijn om hen te ontmoedigen en overgave aantrekkelijk te maken.

Veel boodschappen speelden in op emoties. Trots en hoop konden mensen aanmoedigen om de eigen kant te steunen. Angst en boosheid konden worden gebruikt om een vijandbeeld te versterken. Door een boodschap vaak te herhalen, probeerden de makers haar vertrouwd en geloofwaardig te laten lijken.

Nazipropaganda en de rol van Joseph Goebbels

In nazi-Duitsland stond het ministerie van Volksvoorlichting en Propaganda onder leiding van Joseph Goebbels. Het ministerie coördineerde een groot deel van de propaganda en probeerde invloed uit te oefenen op kranten, radio, film en andere media.

Het regime stelde Adolf Hitler voor als een sterke leider en benadrukte de eenheid van het Duitse volk. Militaire successen kregen veel aandacht. Tegenslagen werden daarentegen verzwegen, kleiner gemaakt of zo uitgelegd dat ze beter pasten bij de boodschap van het regime.

Propaganda werkte samen met censuur en terreur. Kritische informatie werd onderdrukt en de pers moest zich aan de lijn van het regime houden. Daardoor kregen mensen niet zomaar een volledig of onafhankelijk beeld van de gebeurtenissen.

Een gevaarlijk onderdeel van de nazipropaganda was antisemitisme: vijandigheid tegenover Joden. Nazi’s stelden Joden ten onrechte voor als een bedreiging en maakten hen tot zondebok. Zulke leugens hielpen uitsluiting en vervolging te rechtvaardigen. Ook dwang, bestuurlijke maatregelen en geweld speelden een bepalende rol bij die vervolging.

Propaganda in bezet Nederland

Ook in Nederland probeerde de Duitse bezetter de publieke mening te beïnvloeden. Affiches, kranten en bioscoopjournaals brachten boodschappen die bij de Duitse belangen pasten. De NSB, de Nederlandse nationaalsocialistische beweging, verspreidde eveneens propaganda voor haar eigen ideeën en voor samenwerking met Duitsland.

Op straat konden Nederlanders bijvoorbeeld affiches zien die opriepen om dienst te nemen bij Duitse strijdkrachten. Andere affiches promootten Winterhulp, een organisatie die hulp aan Nederlanders koppelde aan de politiek van de bezetter. Zulke boodschappen moesten de indruk wekken dat meewerken met de bezetter nuttig of vanzelfsprekend was.

De bezetter probeerde ook de geallieerden in een slecht daglicht te stellen. Zo kon een bombardement worden gebruikt om te benadrukken hoeveel gevaar de geallieerde strijd voor burgers zou opleveren. Wat niet in de boodschap paste, zoals het doel of de bredere omstandigheden van een aanval, kon daarbij worden weggelaten.

Niet iedere Nederlander geloofde of volgde deze boodschappen. Sommige mensen steunden de bezetter, anderen wezen de propaganda af. Voor veel mensen was het moeilijk om vrijuit te spreken of betrouwbare informatie te vinden.

Affiches, radio en andere propagandamiddelen

Propaganda tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam via verschillende kanalen bij mensen terecht. Elk middel had zijn eigen voordeel voor de makers:

  • Affiches: grote afbeeldingen en korte teksten trokken de aandacht op straat. Ze konden oproepen tot een handeling of een vijandbeeld verspreiden.
  • Radio: toespraken en nieuwsuitzendingen bereikten luisteraars thuis. De stem van een spreker kon een boodschap persoonlijk en dringend laten klinken.
  • Kranten: door de keuze van berichten, koppen en foto’s kon de lezer een eenzijdig beeld van de oorlog krijgen.
  • Film en bioscoopjournaals: beelden van bijeenkomsten, leiders of gevechten konden indruk maken. De makers bepaalden welke beelden het publiek te zien kreeg.
  • Pamfletten: losse bladen konden snel worden verspreid. Ze waren gericht op burgers of soldaten en riepen bijvoorbeeld op tot steun, verzet of overgave.

Een propaganda-affiche leek soms op reclame. Beide gebruiken opvallende beelden en korte teksten om mensen te overtuigen. Het verschil is dat oorlogspropaganda een politieke of militaire boodschap overbracht. Die bedoeling was niet altijd meteen duidelijk.

Geallieerde propaganda en berichten van het verzet

Niet alleen nazi-Duitsland gebruikte propaganda. Ook de geallieerden verspreidden boodschappen om steun voor de strijd te krijgen en de vijand te ontmoedigen. Zij gebruikten daarvoor onder meer radio, affiches en pamfletten. Pamfletten konden boven vijandelijk gebied worden uitgestrooid om soldaten of burgers te bereiken.

Voor Nederlanders was Radio Oranje een bekende stem uit Londen. Via deze radio-uitzendingen sprak de Nederlandse regering in ballingschap de bevolking in bezet gebied toe. De uitzendingen brachten nieuws en bemoedigende boodschappen, maar wilden luisteraars ook overtuigen om de strijd tegen de bezetter te steunen.

Daarnaast verspreidden verzetsgroepen illegale kranten en pamfletten. Daarmee konden zij berichten doorgeven buiten de controle van de bezetter om. Ook deze publicaties hadden vaak een duidelijk doel, zoals het aanmoedigen van verzet of het versterken van de hoop op bevrijding.

Hoe herken je een propagandaboodschap?

Een oude poster of uitzending laat vooral zien wat de maker wilde overbrengen. De boodschap bewijst niet vanzelf dat de inhoud waar was of dat iedereen erin geloofde. Stel daarom een paar vragen als je propagandamateriaal bekijkt:

  • Wie maakte de boodschap? Kijk of de afzender een regering, politieke beweging of verzetsgroep was.
  • Voor wie was de boodschap bedoeld? Een affiche voor burgers kan iets anders benadrukken dan een pamflet voor soldaten.
  • Wat moest het publiek doen of geloven? Let op oproepen om mee te werken, een groep te wantrouwen of de strijd vol te houden.
  • Welke gevoelens worden opgeroepen? Denk aan angst, trots, hoop of woede.
  • Wat ontbreekt er? Vergelijk de boodschap waar mogelijk met andere bronnen uit dezelfde periode.

Veelgestelde vragen over oorlogspropaganda

Wat zijn voorbeelden van propaganda in de Tweede Wereldoorlog?
Voorbeelden zijn Duitse wervingsaffiches, berichten die militaire successen uitvergrootten en geallieerde pamfletten die vijandelijke soldaten opriepen zich over te geven. Ook radio-uitzendingen konden bedoeld zijn om de mening van luisteraars te beïnvloeden.

Wie leidde de Duitse propaganda?
Joseph Goebbels leidde het Duitse ministerie van Volksvoorlichting en Propaganda. Dat ministerie coördineerde een groot deel van de propagandacampagnes van het naziregime.

Is propaganda altijd een leugen?
Nee. Propaganda kan ware informatie bevatten, maar presenteert die bewust op een manier die een bepaald doel dient. Door feiten te selecteren, weg te laten of sterk te benadrukken, kan een boodschap toch misleidend zijn.

Wil je zelf materiaal uit die tijd bekijken? Bij musea en op Oorlogsbronnen.nl vind je onder meer affiches en andere documenten. Kijk daarbij niet alleen naar de tekst en het beeld, maar ook naar de afzender en het publiek dat de maker wilde bereiken.

0 Shares:
You May Also Like