De Duitse bezetting van Nederland duurde van mei 1940 tot mei 1945. Nazi-Duitsland nam het bestuur over, beperkte de vrijheid van de bevolking en voerde steeds strengere maatregelen in. Het dagelijks leven veranderde door censuur, vervolging, dwangarbeid en schaarste.

Niet overal verliep de bezetting op dezelfde manier. Wat mensen merkten, hing onder meer af van hun woonplaats, hun afkomst en het moment in de oorlog.

Het begin van de Duitse bezetting van Nederland

Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger Nederland binnen. Nederland had zich neutraal verklaard, maar werd toch aangevallen. Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei gaf het Nederlandse leger zich over. In Zeeland gingen de gevechten nog enkele dagen door.

Koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering weken uit naar Londen. Van daaruit bleef de regering bestaan, maar in bezet Nederland bepaalde Duitsland wat er gebeurde.

Wie bestuurde Nederland tijdens de bezetting?

Hitler benoemde de Oostenrijker Arthur Seyss-Inquart tot rijkscommissaris. Hij stond aan het hoofd van het Duitse burgerlijke bestuur en voerde namens de bezetter het gezag uit. Duitse diensten hielden toezicht op het Nederlandse bestuur, de politie en andere onderdelen van de samenleving.

Veel Nederlandse ambtenaren bleven op hun post. Gemeenten bleven bijvoorbeeld gegevens bijhouden en beslissingen uitvoeren, maar moesten daarbij rekening houden met Duitse opdrachten. Daardoor kon de bezetter ook gebruikmaken van de bestaande Nederlandse administratie.

De Nederlandse bevolking had geen vrije keuze meer in het bestuur. Politieke tegenstanders werden aangepakt en politieke partijen mochten uiteindelijk niet meer zelfstandig functioneren. De NSB, een Nederlandse partij die met de bezetter samenwerkte, kreeg juist meer ruimte.

Censuur en controle over de samenleving

De Duitse bezetter probeerde organisaties naar zijn ideeën in te richten. Dat heet gelijkschakeling. Het doel was om onder meer kranten, omroepen en verenigingen onder controle te krijgen of hun invloed uit te schakelen.

Kranten en radio mochten geen nieuws verspreiden dat tegen de bezetter inging. De Duitsers gebruikten media ook om hun eigen boodschap te verspreiden. Wie toch onafhankelijk nieuws wilde lezen, kon daarvoor terecht bij illegale kranten. Het maken en verspreiden daarvan was gevaarlijk.

Ook op andere plekken nam de controle toe. Organisaties konden bestuurders krijgen die de bezetter steunden, of werden verboden wanneer ze zich niet wilden aanpassen. Zo werd het steeds moeilijker om openlijk een andere mening te laten horen.

Het dagelijks leven onder Duitse bezetting

In het begin probeerden veel mensen hun gewone leven voort te zetten. Winkels, scholen en kantoren bleven functioneren. Tegelijk kregen Nederlanders steeds vaker te maken met Duitse regels en controles.

Voedsel en andere producten werden schaars. Voor veel goederen had je distributiebonnen nodig, maar een bon betekende niet altijd dat een product ook verkrijgbaar was. Tegen het einde van de bezetting werden de omstandigheden vooral in het westen van Nederland zeer zwaar.

De bezetter legde ook beperkingen op aan reizen en aan wat mensen mochten bezitten of zeggen. Daarnaast werden Nederlandse mannen opgeroepen om in Duitsland te werken. Wie probeerde daaraan te ontkomen, liep het risico te worden opgepakt.

Voor Joodse inwoners waren de gevolgen van de bezetting bijzonder ingrijpend: zij werden steeds verder uitgesloten, gedeporteerd en op grote schaal vermoord. Ook Roma en Sinti werden vervolgd en gedeporteerd.

Hoe reageerden Nederlanders op de bezetting?

Reacties liepen uiteen. Veel mensen probeerden zich aan te passen en hun gezin of werk overeind te houden. Anderen werkten met de bezetter samen, bijvoorbeeld omdat zij de ideeën van de nazi’s steunden of er voordeel van verwachtten.

Er waren ook mensen die zich tegen de Duitse maatregelen verzetten. Dat kon uiteenlopen van het verspreiden van verboden informatie tot het helpen van onderduikers. Wie werd ontdekt, kon gevangen worden gezet of gedood.

De grenzen tussen aanpassen, samenwerken en verzet waren in het dagelijks leven niet altijd eenvoudig. Mensen konden in verschillende situaties andere keuzes maken, onder druk van gevaar, schaarste of de zorg voor hun gezin.

Veelgestelde vragen over de Duitse bezetting

Hoe lang was Nederland bezet?
De Duitse bezetting duurde ongeveer vijf jaar, van de inval in mei 1940 tot de Duitse overgave in Nederland in mei 1945. Delen van het land waren al eerder bevrijd; op sommige plaatsen duurde de aanwezigheid van Duitse troepen nog langer.

Had Nederland tijdens de bezetting nog een eigen regering?
Ja. De Nederlandse regering verbleef in Londen. In bezet Nederland lag de macht bij het Duitse bestuur onder rijkscommissaris Seyss-Inquart.

Werd het leven direct na de inval overal even streng?
Nee. De bezetter voerde maatregelen geleidelijk in en de gevolgen verschilden per groep en plaats. Voor mensen die door de nazi’s werden vervolgd, werd de situatie steeds gevaarlijker.

De Duitse bezetting eindigde in mei 1945. Voor veel inwoners waren de gevolgen van vijf jaar onderdrukking, verlies en schaarste daarna nog lang merkbaar.

0 Shares:
You May Also Like