Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Duitsland een dictatuur onder leiding van Adolf Hitler en zijn nazipartij. Het land begon de oorlog in Europa met de inval in Polen op 1 september 1939. In de jaren daarna bezette Duitsland grote delen van Europa, vervolgde en vermoordde het miljoenen mensen en werd het zelf steeds zwaarder getroffen door de oorlog.
In 1945 rukten geallieerde legers vanuit het westen en het oosten Duitsland binnen. De Duitse strijdkrachten gaven zich in mei onvoorwaardelijk over. Daarmee kwam in Europa een einde aan de oorlog.
De macht in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog
Duitsland werd tijdens de oorlog bestuurd door de nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij, de NSDAP. Andere partijen waren verboden en burgers konden de regering niet vrij kiezen of openlijk bekritiseren. Kranten, radio en onderwijs stonden onder invloed van de staat.
De regering gebruikte propaganda om steun voor de oorlog te krijgen en tegenstanders als gevaarlijk af te schilderen. Tegelijk hielden politie en geheime diensten de bevolking in de gaten. Wie zich uitsprak tegen het bewind, kon worden gearresteerd. Daardoor was het moeilijk om te weten wat mensen werkelijk dachten.
Niet alle Duitsers stonden op dezelfde manier tegenover het regime. Veel mensen steunden het, anderen pasten zich aan of probeerden buiten de politiek te blijven. Er waren ook mensen die zich verzetten, ondanks het grote gevaar.
Duitsland als oorlogvoerende staat
Na de inval in Polen voerde Duitsland op meerdere fronten oorlog. Het Duitse leger boekte eerst grote overwinningen en bezette landen in West- en Noord-Europa. In 1941 viel Duitsland ook de Sovjet-Unie aan. Daarmee begon een bijzonder grote en gewelddadige strijd in Oost-Europa.
De Duitse krijgsmacht heette de Wehrmacht. Daarnaast had de SS, een organisatie van de nazipartij, eigen gewapende eenheden. Duitse troepen en andere organisaties van het naziregime maakten zich in bezette gebieden schuldig aan oorlogsmisdaden.
De oorlog draaide vanaf 1942 en 1943 steeds meer tegen Duitsland. Het Duitse leger leed zware verliezen aan het oostfront, terwijl de tegenstanders van Duitsland ook vanuit andere richtingen oprukten. Duitse steden en industrie werden steeds vaker vanuit de lucht aangevallen.
Het dagelijks leven in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog
Voor veel Duitsers veranderde het leven geleidelijk. Mannen werden opgeroepen voor militaire dienst en gezinnen raakten gescheiden. Vrouwen kregen vaker werk in onder meer fabrieken, kantoren en de landbouw. Voedsel, kleding en andere producten werden verdeeld via bonnen.
De oorlogseconomie moest soldaten van wapens, voertuigen en andere voorraden voorzien. Fabrieken produceerden daarom steeds meer voor het leger. Duitsland zette ook mensen uit bezette landen gedwongen aan het werk, onder meer in fabrieken en op boerderijen. Zij konden hun werk niet vrij kiezen en leefden vaak onder zware omstandigheden.
Voor Joden en andere groepen die door de nazi’s werden vervolgd, waren de gevolgen van het bewind al vóór de oorlog ingrijpend. Tijdens de oorlog organiseerde het naziregime de massamoord op Europese Joden en vermoordde het ook vele andere mensen die het als vijand of ongewenst beschouwde.
Bombardementen en strijd op Duits grondgebied
Geallieerde vliegtuigen bombardeerden onder meer fabrieken, spoorwegen en steden. Daarbij kwamen veel burgers om en raakten woningen, ziekenhuizen en andere gebouwen beschadigd. Hamburg en Dresden behoren tot de steden die zwaar werden getroffen.
Bij luchtalarm zochten mensen bescherming in schuilkelders of andere schuilplaatsen. Kinderen werden soms naar gebieden buiten de grote steden gebracht. Naarmate de oorlog langer duurde, kregen veel gezinnen ook te maken met tekorten en kapotte verbindingen.
In de laatste oorlogsmaanden bereikten de gevechten steeds meer Duitse steden en dorpen. Burgers sloegen op de vlucht voor het geweld, vooral uit gebieden in het oosten. In Berlijn werd tot begin mei zwaar gevochten.
Tegenstand tegen het nazibewind in Duitsland
Verzet binnen Duitsland was gevaarlijk. De geheime staatspolitie, de Gestapo, kon tegenstanders opsporen en arresteren. Toch kwamen onder anderen studenten, geestelijken, politieke tegenstanders en militairen in actie.
Een bekende groep was Die Weisse Rose. Studenten uit München, onder wie Hans en Sophie Scholl, verspreidden pamfletten tegen het nazibewind. De groep werd in 1943 ontdekt en meerdere leden werden terechtgesteld.
Ook vanuit kerken klonk protest. Bisschop Clemens August Graf von Galen sprak zich bijvoorbeeld uit tegen de georganiseerde moord op mensen met een geestelijke beperking of psychiatrische aandoening. Daarnaast waren er militairen die Hitler ten val wilden brengen. Hun aanslag op 20 juli 1944 mislukte, waarna veel betrokkenen werden opgepakt en gedood.
De Duitse overgave in 1945
Op 25 april 1945 ontmoetten Amerikaanse en Sovjettroepen elkaar bij de Elbe. De legers van Duitsland waren daarmee van elkaar gescheiden. Op 30 april pleegde Hitler zelfmoord in Berlijn. De strijd om de stad eindigde op 2 mei, toen Berlijn zich overgaf aan het Rode Leger.
De Duitse strijdkrachten tekenden op 7 mei een onvoorwaardelijke overgave. Op 8 mei volgde een tweede ondertekening in Berlijn. De overgave ging op 8 mei laat op de avond in. Door het tijdsverschil was het in Moskou toen al 9 mei.
Veelgestelde vragen over Duitsland in de oorlog
Konden Duitsers vrij kritiek geven op de regering?
Nee. Openlijke kritiek op het nazibewind kon leiden tot arrestatie en zware bestraffing. Toch waren er mensen die protesteerden of in het geheim verzet boden.
Werd in Duitsland zelf gevochten tijdens de oorlog?
Ja. Duitse steden werden vanuit de lucht gebombardeerd en in de laatste oorlogsmaanden trokken geallieerde legers Duitsland binnen. Vooral in het oosten en rond Berlijn werd zwaar gevochten.
Waarom werkte Duitsland met dwangarbeiders?
De Duitse oorlogseconomie had veel arbeidskrachten nodig, terwijl veel Duitse mannen in militaire dienst waren. Mensen uit bezette gebieden werden daarom gedwongen in Duitsland te werken.
De oorlog in Duitsland betekende voor de bevolking dus niet overal hetzelfde: steun aan het regime, vervolging, dwang en verzet bestonden naast elkaar. Tegen het einde kregen ook steeds meer Duitse burgers rechtstreeks te maken met bombardementen en gevechten.