Wat aten mensen in de middeleeuwen? Vooral brood en pap van granen, aangevuld met groenten, peulvruchten, zuivel en soms vlees of vis. Wat er precies op tafel kwam, hing af van de streek, het seizoen en hoeveel geld iemand had. Rijke mensen konden vaker vlees en dure specerijen betalen dan arme mensen.

Het eten verschilde ook door de eeuwen heen. Dit artikel gaat vooral over maaltijden in middeleeuws Europa, met voorbeelden uit de Nederlanden.

Wat aten mensen in de middeleeuwen als dagelijkse maaltijd?

Granen vormden de basis van veel maaltijden. Mensen aten ze als brood of kookten er pap van. Rogge, gerst en haver waren gebruikelijke graansoorten. Tarwe werd ook gegeten, maar wit tarwebrood was voor veel mensen minder goed bereikbaar dan donkerder brood.

Naast brood en pap stond er vaak een pot met gekookte groenten of peulvruchten op het vuur. Daarin konden bijvoorbeeld kool, prei, ui, knolraap, erwten of tuinbonen zitten. Als er vlees beschikbaar was, kon dat mee in de pot.

Zo’n maaltijd was niet overal hetzelfde. Wie op het platteland woonde, kon andere producten tot zijn beschikking hebben dan iemand in een stad. Ook de oogst en het seizoen bepaalden wat er te eten was.

Groenten, peulvruchten en fruit

Groenten waren een gewoon onderdeel van het middeleeuwse menu. Kool en uien waren geschikt om te bewaren, terwijl andere groenten vooral gegeten werden als ze vers beschikbaar waren. Peulvruchten zoals erwten en tuinbonen konden worden gedroogd en leverden een aanvulling op de granen.

Ook fruit werd gegeten. Appels, peren en pruimen kwamen voor, net als bessen en noten. Fruit kon vers worden gegeten, maar ook worden gekookt of gedroogd om het langer te bewaren.

Aardappelen en tomaten stonden niet op het middeleeuwse Europese menu. Die kwamen pas na de middeleeuwen vanuit Amerika naar Europa. Voor een stevige maaltijd gebruikten mensen dus eerder brood, graanpap, peulvruchten en knollen zoals de knolraap.

Vlees, vis en zuivel

Mensen aten vlees van dieren zoals runderen, varkens en schapen. Hoe vaak dat gebeurde, verschilde sterk. Vlees kon duur zijn en een dier leverde tijdens zijn leven ook andere producten of arbeid op. Een koe kon bijvoorbeeld melk geven of worden ingezet op het land.

Bij archeologisch onderzoek in een vroegmiddeleeuwse nederzetting bij Utrecht zijn veel botten van runderen gevonden. De bewoners aten daar vooral rundvlees. Ook vonden archeologen resten van varkens en schapen. Dat voorbeeld laat zien wat op één plek werd gegeten, niet wat voor iedereen in de middeleeuwen gold.

Vis kwam eveneens op tafel, zowel uit zoet water als uit zee. Bij Utrecht zijn bijvoorbeeld resten van brasem, snoek, baars, haring en kabeljauw gevonden. Vis kon worden gedroogd of gezouten om hem langer goed te houden en te vervoeren.

Melk, kaas en andere zuivelproducten vulden het menu aan. Vooral kaas was handig, omdat verse melk snel kon bederven. Eieren werden ook gegeten, wanneer ze beschikbaar waren.

Verschillen tussen arm en rijk

Een arme boer of ambachtsman at meestal eenvoudiger dan iemand aan een rijk hof. Brood, pap, groenten en peulvruchten waren voor veel mensen dagelijkse kost. Vlees kon op tafel komen, maar was voor arme mensen minder vanzelfsprekend.

Rijke mensen hadden doorgaans meer keuze. Zij aten vaker vlees en gevogelte en konden gerechten laten bereiden met ingrediënten van verder weg. Op bijzondere maaltijden werden ook dieren zoals zwaan, pauw of wild geserveerd.

Dat betekent niet dat eenvoudige maaltijden altijd smakeloos waren. Mensen gebruikten ook kruiden en andere smaakmakers die dichter bij huis te vinden waren. Wat je kon gebruiken, hing wel af van je geld en van wat er verkrijgbaar was.

Hoe smaakten middeleeuwse gerechten?

Bij rijke maaltijden konden smaken worden gecombineerd die je misschien niet meteen verwacht. Zoet en zuur kwamen samen voor, net als vlees met fruit of specerijen. Dure specerijen waren onder meer peper, kaneel en gember. Door hun prijs waren ze niet voor iedereen bereikbaar.

Gerechten werden onder andere gekookt, gestoofd, gebakken of geroosterd. Een pot met groenten en peulvruchten was een praktische manier om verschillende ingrediënten samen te bereiden. Met brood of graanpap erbij vormde die een vullende maaltijd.

Wat dronken mensen en wat aten ze tijdens het vasten?

Water werd gedronken, maar ook bier en, waar dat beschikbaar en betaalbaar was, wijn. Bier bestond in verschillende soorten en was niet altijd zo sterk als veel bier dat je nu in de winkel vindt. Het is een misverstand dat iedereen alleen bier dronk omdat al het water onveilig zou zijn geweest.

Op vastendagen golden voor christenen regels over wat ze mochten eten. Vlees werd dan vermeden en vis kon een alternatief zijn. Op sommige vastendagen golden ook beperkingen voor zuivel en eieren. De precieze regels en de manier waarop mensen ze volgden, verschilden per plaats en tijd.

Veelgestelde vragen over eten in de middeleeuwen

Wat aten mensen in de middeleeuwen voor het ontbijt?
Dat verschilde per persoon en periode. Brood, eventueel met kaas, kon deel uitmaken van een eenvoudige ochtendmaaltijd. Niet iedereen at op hetzelfde moment of had een apart ontbijt zoals we dat nu kennen.

Aten mensen in de middeleeuwen aardappelen?
Nee. De aardappel kwam pas na de middeleeuwen naar Europa. Brood en pap van granen waren toen voor veel mensen een belangrijk onderdeel van de maaltijd.

Was middeleeuws eten altijd flauw?
Nee. Mensen gebruikten kruiden en andere smaakmakers. Wie rijk was, kon ook dure specerijen kopen en gerechten laten maken met zoete en zure smaken.

Een eenvoudige middeleeuwse maaltijd kon dus bestaan uit brood met een pot groenten en erwten. Aan een rijke tafel konden daar vlees, fruit en geurige specerijen bij komen.

0 Shares:
You May Also Like