Voedselbonnen in de Tweede Wereldoorlog bepaalden hoeveel je van schaarse producten kon kopen. In Nederland had je voor bijvoorbeeld brood, suiker en boter een geldige bon én geld nodig. Het systeem moest het beschikbare voedsel eerlijker verdelen en hamsteren tegengaan.
De bonnen waren onderdeel van de distributie: de verdeling van producten die niet onbeperkt te koop waren. Al vóór de Duitse bezetting was suiker in Nederland op de bon gegaan. Tijdens de oorlog kwamen steeds meer producten op de lijst.
Hoe werkten voedselbonnen in de Tweede Wereldoorlog?
Wie een product wilde kopen dat op de bon was, moest de juiste bon bij de winkelier inleveren. De overheid maakte bekend welke bon voor welk product geldig was, voor hoeveel en gedurende welke periode. Met een broodbon kon je dus niet zomaar boter kopen.
De bon was geen betaalmiddel. Je moest de winkelier ook gewoon betalen. Andersom was genoeg geld niet voldoende: zonder de juiste bon kon je een product dat op de bon was niet legaal kopen.
Een aankoop verliep in grote lijnen zo:
- Je kreeg een bonkaart met verschillende bonnen.
- Je zocht op welke bon voor het gewenste product geldig was.
- Je leverde die bon in bij de winkel en betaalde voor het product.
Een geldige bon gaf niet de zekerheid dat er ook voedsel in de winkel lag. Als de voorraad op was, kon de winkelier het product niet leveren. Mensen moesten daardoor soms in de rij staan of naar een andere winkel gaan.
Het verschil tussen een stamkaart en een bonkaart
De distributiestamkaart was persoonsgebonden. Op vertoon van die kaart kreeg iemand periodiek een bonkaart. Op de bonkaart stonden de bonnen die nodig waren om producten te kopen. De stamkaart zelf was dus niet de bon waarmee je brood of suiker afrekende.
Ook kinderen hadden een eigen stamkaart. Een gezin moest daardoor de kaarten en bonnen van meerdere personen bijhouden. Voor verschillende groepen konden andere bonkaarten of toewijzingen gelden. Zo hield het systeem rekening met verschillen in behoefte, bijvoorbeeld tussen volwassenen en kinderen.
De bonnen waren niet allemaal tegelijk of onbeperkt geldig. Je moest dus opletten welke bon was aangewezen en wanneer je die kon gebruiken. Dat maakte boodschappen doen een stuk ingewikkelder dan alleen een lijstje meenemen.
Welke producten waren op de bon?
Suiker was op 11 oktober 1939 het eerste Nederlandse product dat bij wijze van proef op de bon ging. Daarna volgden meer levensmiddelen. Tijdens de oorlog groeide het aantal producten waarvoor je een bon nodig had.
Voorbeelden van voedsel dat gerantsoeneerd werd, zijn:
- brood;
- suiker;
- boter en andere vetten;
- vlees;
- koffie en thee;
- rijst en gedroogde peulvruchten.
Niet alleen voedsel werd verdeeld met bonnen. Ook voor andere schaarse producten, zoals zeep, kleding en brandstof, bestond distributie. Sommige vertrouwde producten waren moeilijk te krijgen en werden vervangen door surrogaten, oftewel vervangende producten. Voor koffie werden bijvoorbeeld ook granen en cichorei gebruikt.
Waarom waren voedselbonnen nodig?
Door schaarste konden winkels niet iedereen onbeperkt laten kopen. Met bonnen probeerde de overheid te voorkomen dat mensen met veel geld grote voorraden aanlegden, terwijl anderen niets meer konden krijgen. Ook moest het systeem prijsopdrijving tegengaan.
In de praktijk betekende een gelijke verdeling op papier niet dat iedereen even goed te eten had. De beschikbare hoeveelheden veranderden en producten waren niet altijd in voorraad. Daarnaast konden sommige mensen buiten het officiële systeem om aan extra eten komen.
Tijdens de Hongerwinter werden de voedseltekorten in delen van Nederland zo ernstig dat bonnen alleen niet genoeg waren om mensen van voldoende eten te voorzien.
Bonnen ruilen, illegale handel en onderduikers
Mensen ruilden soms bonnen om beter aan hun eigen behoefte te voldoen. Iemand die liever meer brood had, kon bijvoorbeeld broodbonnen proberen te ruilen tegen aardappelbonnen. Er ontstond ook illegale handel in voedsel en bonkaarten. Op de zwarte markt konden mensen extra producten kopen, vaak tegen hoge prijzen.
Voor onderduikers was het verkrijgen van voedselbonnen een probleem. Wie zich verborgen hield, kon niet altijd zelf op de gewone manier bonkaarten ophalen. Het verzet zorgde onder meer voor bonnen die terechtkwamen bij mensen die onderduikers verborgen hielden.
Veelgestelde vragen over voedselbonnen
Tot wanneer waren voedselbonnen nodig?
De distributie stopte niet direct toen de oorlog in 1945 eindigde. Sommige producten bleven daarna nog een aantal jaren op de bon, omdat er nog steeds schaarste was.
Wat is de waarde van voedselbonnen uit de Tweede Wereldoorlog?
Dat hangt onder meer af van de staat, de soort bon en de vraag van verzamelaars. Een losse bon kan een andere waarde hebben dan een complete kaart of een bijzondere verzameling. Vergelijk advertenties met verkochte exemplaren of vraag een deskundige om een beoordeling. Een vraagprijs is niet automatisch de prijs waarvoor een bon wordt verkocht.
Waar kun je oude voedselbonnen bekijken?
Je kunt bonkaarten tegenkomen in musea, archieven en verzamelingen. Digitale archieven en catalogi laten vaak afbeeldingen zien, zodat je kunt bekijken welke aanduidingen en bonnen op een kaart stonden.
Heb je zelf een oude bonkaart gevonden? Bewaar die droog en uit direct zonlicht. Ook als de kaart niet veel geld waard is, laat ze zien hoe dagelijkse boodschappen tijdens de oorlog werden geregeld.