De tijdvakken van de geschiedenis zijn tien periodes die samen een overzicht geven van het verleden: van de tijd van jagers en boeren tot de tijd van televisie en computer. In het Nederlandse onderwijs helpen deze tijdvakken je om gebeurtenissen in de juiste volgorde te plaatsen.

Elk tijdvak heeft een naam en vaste grenzen. Die grenzen zijn afspraken: veranderingen begonnen niet overal op hetzelfde moment en gebeurden meestal niet van de ene op de andere dag.

De eerste tijdvakken van de geschiedenis

1. Tijd van jagers en boeren, tot 3000 voor Christus. Dit tijdvak omvat de prehistorie. Mensen leefden eerst vooral van jagen, vissen en verzamelen. Later gingen groepen mensen voedsel verbouwen en dieren houden. Daardoor ontstonden op verschillende plekken vaste nederzettingen.

2. Tijd van Grieken en Romeinen, van 3000 voor Christus tot 500 na Christus. In dit tijdvak ontstonden de eerste samenlevingen met schrift. Later ontwikkelden de Griekse en Romeinse culturen zich. De naam van het tijdvak verwijst naar die culturen, maar de periode begint al ruim voordat ze ontstonden.

Van monniken en ridders naar ontdekkers en hervormers

3. Tijd van monniken en ridders, van 500 tot 1000. Na het uiteenvallen van het West-Romeinse Rijk veranderde de samenleving in West-Europa. Kloosters speelden een rol bij de verspreiding van het christendom. Lokale machthebbers en ridders kregen een belangrijke plaats.

4. Tijd van steden en staten, van 1000 tot 1500. Steden groeiden en handel en ambachten werden belangrijker. Ook probeerden vorsten hun gebieden sterker te besturen. De late middeleeuwen vallen binnen dit tijdvak.

5. Tijd van ontdekkers en hervormers, van 1500 tot 1600. Europese zeevaarders voeren naar andere werelddelen. Tegelijk ontstonden veranderingen in het christendom, waardoor verschillende kerken naast elkaar kwamen te bestaan.

Van regenten en vorsten naar burgers en stoommachines

6. Tijd van regenten en vorsten, van 1600 tot 1700. In de Nederlandse Republiek hadden regenten veel invloed op het bestuur. In andere Europese landen probeerden vorsten hun macht juist te vergroten. Handel over zee verbond gebieden steeds sterker met elkaar.

7. Tijd van pruiken en revoluties, van 1700 tot 1800. Denkers stelden vragen over macht, vrijheid en de inrichting van de samenleving. Nieuwe ideeën over rechten en bestuur speelden een rol bij revoluties.

8. Tijd van burgers en stoommachines, van 1800 tot 1900. Door industrialisatie werden machines en fabrieken steeds belangrijker. Veel mensen trokken naar steden om werk te vinden. Ook veranderde de invloed van burgers op het bestuur.

De nieuwste tijdvakken van de geschiedenis

9. Tijd van wereldoorlogen, van 1900 tot 1950. Dit tijdvak omvat de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Ook economische problemen en de opkomst van dictaturen horen bij deze periode.

10. Tijd van televisie en computer, van 1950 tot nu. Televisie, computers en later internet veranderden hoe mensen informatie delen en contact houden. In deze periode kregen ook veel voormalige koloniën hun onafhankelijkheid.

Zo gebruik je de tijdvakken bij geschiedenis

Met de tijdvakken kun je een gebeurtenis op een vaste plek in de geschiedenis zetten. Kijk eerst naar het jaartal en zoek daarna de periode waar dat jaartal binnen valt. Een gebeurtenis in de zeventiende eeuw hoort bijvoorbeeld bij de tijd van regenten en vorsten.

Let op het verschil tussen een eeuw en een tijdvak. De zeventiende eeuw loopt van 1600 tot 1700 in de indeling van de tijdvakken. Andere tijdvakken duren langer of korter dan een eeuw. Tijdvak 9 beslaat bijvoorbeeld de eerste helft van de twintigste eeuw.

Bij het leren helpt het om per tijdvak de naam, de begin- en eindgrens en een paar herkenbare ontwikkelingen te onthouden. De namen geven vaak al een aanwijzing: bij steden en staten denk je aan de groei van steden, bij burgers en stoommachines aan industrialisatie.

Veelgestelde vragen over de tijdvakken

Welk tijdvak is de prehistorie?
De prehistorie valt in de gebruikelijke onderwijsindeling onder tijdvak 1, de tijd van jagers en boeren. Dit tijdvak eindigt rond 3000 voor Christus. Het schrift ontstond niet overal tegelijk, dus de overgang naar de historische tijd verschilt per gebied.

Welk tijdvak is tijdvak 10?
Tijdvak 10 is de tijd van televisie en computer. Het begint in 1950 en loopt tot nu.

Zijn er ook zeven tijdvakken?
Er bestaan verschillende manieren om het verleden in periodes te verdelen. De indeling in tien tijdvakken is de gebruikelijke indeling in het Nederlandse geschiedenisonderwijs. Zie je ergens een indeling met zeven periodes, controleer dan welke namen en grenzen daarbij worden gebruikt.

Zijn de tijdvakken voor havo en vwo hetzelfde?
De namen en de volgorde van de tien tijdvakken zijn hetzelfde. Wat je precies moet kennen, kan per opleiding en examenprogramma verschillen.

Leer de tijdvakken eerst op volgorde en koppel daarna de jaartallen aan de namen. Zo kun je nieuwe gebeurtenissen makkelijker op de juiste plek in de geschiedenis zetten.

0 Shares:
You May Also Like